De Wachters van Mariahout en de Geschiedenis van Nederland

Een verhaal over Kermit 1, Kermit 2, Girafje, Slang en Vliegkikker


Hoofdstuk 1 — De Kaart in de Kerktoren

Het regende die middag in Mariahout. Daan zat op zijn kamer met zijn vijf beste vrienden om zich heen: Kermit 1, altijd de wijste van het stel, Kermit 2, klein maar dapper, Girafje met haar lange nek die overal overheen kon kijken, Slang die zich overal doorheen kon wurmen, en Vliegkikker die als enige echt kon vliegen.

"Ik verveel me," zuchtte Kermit 2.

Op dat moment viel er iets uit Daans boekenkast. Het was een oud, stoffig boek dat hij nog nooit had gezien. Op de kaft stond in gouden letters: De Grote Kaart van Nederland — Alleen te openen door Ware Wachters.

Zodra Daan het boek opende, begon het te gloeien. Een lichtstraal schoot omhoog, dwars door het dak, richting de kerktoren van Mariahout.

"Kom op," zei Kermit 1. "Dat licht komt ergens vandaan."

Bij de kerktoren aangekomen zagen ze dat de klok een verborgen deurtje verborg. Erachter lag een kaart van heel Nederland, maar de kaart bewoog — rivieren stroomden, kleine bootjes voeren heen en weer, en op sommige plekken flakkerden lichtjes op.

"Dit is geen gewone kaart," zei Girafje, die met haar lange nek er al overheen tuurde. "Dit is een tijdkaart. Elk lichtje is een moment uit de geschiedenis."

Vliegkikker landde midden op de kaart en plotseling trok het licht hen allemaal naar binnen, alsof de kaart hen opslokte.

Toen ze hun ogen weer opendeden, stonden ze niet meer in de kerktoren.

Ze stonden in een moeras, duizenden jaren geleden.


Hoofdstuk 2 — De Eerste Mensen (rond 3000 v.Chr.)

Om hen heen was het land drassig en vol riet. In de verte zagen ze mensen in dierenvellen die grote stenen versleepten.

"Wat zijn ze aan het doen?" vroeg Slang, die zich nieuwsgierig door het gras slingerde.

"Ze bouwen een hunebed," zei Kermit 1. "Dat zijn grote steengraven. De mensen hier, lang voordat er een Nederland bestond, sleepten zwerfkeien — soms wel duizenden kilo's zwaar — bij elkaar om er een graf van te maken voor belangrijke mensen uit hun stam."

Vliegkikker vloog omhoog om het beter te zien. "Ze hebben geen kranen! Hoe krijgen ze die stenen zo hoog?"

"Met hout, touwen, en heel veel mensen die samenwerken," legde Kermit 1 uit. "Dit gebeurt vooral in het noorden van het land, in wat later Drenthe zal heten. Er komen er meer dan vijftig, en sommige liggen er over vierduizend jaar nog steeds."

De mensen in het moeras leefden van jagen, vissen en een beetje landbouw. Nederland bestond toen nog niet — er was alleen maar drassig land, hoge zandgronden, en mensen die probeerden droge voeten te houden.

Terwijl ze keken, begon de grond onder hun voeten te trillen. De tijdkaart trok hen weer verder.


Hoofdstuk 3 — De Romeinen Komen (rond 50 v.Chr. – 400 n.Chr.)

Ineens stonden ze bij een brede rivier. Aan de overkant marcheerden mannen in glimmende harnassen met korte zwaarden en grote schilden.

"Romeinen!" riep Girafje uit, die hen meteen herkende van de verhalen die Daan haar had verteld.

"Precies," zei Kermit 1. "Deze rivier, de Rijn, is de grens van het machtige Romeinse Rijk. Alles ten zuiden hiervan is Romeins gebied. Ten noorden wonen vrije stammen, zoals de Friezen en de Bataven."

Ze zagen hoe de Romeinen forten bouwden langs de rivier — stenen wachttorens, wegen die kaarsrecht liepen, en zelfs een klein legerkamp waar nu de stad Nijmegen zal liggen, een van de oudste steden van het land.

"Kijk daar," wees Vliegkikker. Een groep Bataafse strijders, met ruige baarden en speren, stond te overleggen. "Wat gaan die doen?"

"Over niet al te lange tijd komen de Bataven in opstand tegen de Romeinen," zei Kermit 1. "Hun leider heet Julius Civilis. Ze vechten dapper, maar uiteindelijk sluiten ze weer vrede met Rome. Het is een van de eerste keren dat we een naam kennen van iemand die hier woonde en streed."

Slang gleed dichter naar het water. "En die wegen? Die zijn zo recht als een liniaal."

"Romeinen zijn geweldige bouwers," legde Girafje uit. "Wegen, bruggen, badhuizen — veel van wat zij bouwen, blijft eeuwenlang liggen, zelfs als niemand meer weet wie het gebouwd heeft."

Na een paar honderd jaar trekken de Romeinen zich terug, en de kaart trilt opnieuw.


Hoofdstuk 4 — Graven, Kastelen en Steden (rond 1000 – 1400)

Ze kwamen terecht op een heuvel met uitzicht op een houten kasteel, omringd door een gracht.

"Eindelijk, een kasteel!" riep Kermit 2 blij. Dit was precies zijn favoriete onderwerp.

"Dit is de tijd van de graven," zei Kermit 1. "Nederland is nog geen één land. Het bestaat uit allemaal kleine gebiedjes: het graafschap Holland, het hertogdom Gelre, het sticht Utrecht, en nog veel meer. Elke graaf of hertog heeft zijn eigen kasteel en zijn eigen regels."

Ze liepen dichterbij. Boeren voerden karren vol graan de ophaalbrug over. Een ridder te paard, met een wapenschild vol kleuren, reed net de poort uit.

"Waarom hebben ze een gracht?" vroeg Girafje.

"Bescherming," zei Kermit 1. "In deze tijd vechten graven en hertogen vaak met elkaar om land en macht. Een kasteel met een gracht en dikke muren is moeilijk aan te vallen."

Vliegkikker wees naar een groepje huizen dat rond een marktplein was gebouwd, met een kerk in het midden. "En dat dan?"

"Dat wordt een stad," zei Kermit 1. "Plaatsen zoals Utrecht, Dordrecht en Nijmegen krijgen in deze tijd stadsrechten. Dat betekent dat de inwoners zelf een markt mogen houden, en dat er handel kan groeien. Handelaars komen met schepen over de rivieren, met wol, wijn, en later ook haring."

"Net als Dordrecht, waar mijn opa's bedrijf zit," zei Kermit 2 trots.

"Precies!" zei Kermit 1. "Dordrecht is zelfs een van de allereerste steden van Holland die stadsrechten krijgt, al in het jaar 1220."

De tijdkaart begon weer te gloeien onder hun voeten.


Hoofdstuk 5 — Strijd tegen het Water en tegen Spanje (1500 – 1600)

Deze keer stonden ze op een dijk. Beneden hen maalde een grote windmolen water weg uit een polder.

"Nederland en water horen bij elkaar," zei Girafje, die met haar lange nek over de hele vlakte kon uitkijken. "Een groot deel van dit land ligt lager dan de zee. Zonder dijken, dammen en molens zou het hier allemaal onder water staan."

"Mensen bouwen al eeuwenlang dijken," vulde Kermit 1 aan, "en later ook windmolens om water uit de polders te pompen. Zo veroveren ze steeds meer droog land op de zee."

Maar er was onrust in de lucht. In de verte klonk geroffel van trommels en het geluid van een leger.

"Wat gebeurt daar?" vroeg Slang, die zich achter een boom verstopte.

"Dit gebied hoort bij Spanje," legde Kermit 1 uit, "geregeerd door koning Filips de Tweede. Maar veel mensen hier zijn het niet eens met zijn strenge regels, vooral niet over godsdienst. Er breekt een lange oorlog uit — de Tachtigjarige Oorlog — waarin de gewesten proberen zich onafhankelijk te maken."

"Wie leidt die strijd?" vroeg Vliegkikker, die altijd nieuwsgierig was naar helden.

"Willem van Oranje," zei Kermit 1. "Later wordt hij de 'Vader des Vaderlands' genoemd. Hij wordt uiteindelijk zelf doodgeschoten, maar zijn familie en zijn volgelingen vechten door. Na tachtig jaar oorlog wordt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een vrij land — het begin van wat later Nederland wordt."

Girafje keek plechtig. "Tachtig jaar is heel lang."

"Ja," knikte Kermit 1, "maar het legt de basis voor iets groots dat hierna komt."


Hoofdstuk 6 — De Gouden Eeuw (1600 – 1700)

De kaart trilde en ineens stonden ze op een drukke kade. Overal om hen heen lagen grote houten zeilschepen, torenhoog, met stapels kisten, vaten en zakken die aan boord werden gedragen.

"Wauw," fluisterde Vliegkikker, die meteen omhoogvloog om alles beter te zien. "Wat een schepen!"

"Dit is Amsterdam, in de Gouden Eeuw," zei Kermit 1. "Nederland is nu een van de rijkste en machtigste landen ter wereld, ook al is het maar klein. Nederlandse schepen varen naar alle uithoeken van de aarde om handel te drijven."

"Zoals naar Peru?" vroeg Kermit 2 hoopvol, want Peru was zijn favoriete land.

"Niet precies naar Peru zelf," zei Kermit 1 voorzichtig, "dat hoort bij de Spanjaarden. Maar Nederlandse handelscompagnieën, zoals de VOC, varen wel naar Azië — naar plekken als Indonesië — voor peper, kruidnagel en zijde. En de WIC handelt met Amerika en Afrika. Het is een tijd van enorme rijkdom voor de handelaars, maar ook een tijd waarin heel veel oneerlijke en pijnlijke dingen gebeuren, zoals de slavenhandel. Niet alles uit de Gouden Eeuw is om trots op te zijn."

Girafje knikte ernstig. "Het is belangrijk om ook de moeilijke stukken van de geschiedenis te kennen, niet alleen de mooie."

"Precies," zei Kermit 1. "Maar in deze tijd gebeurt er ook heel veel moois. Schilders zoals Rembrandt en Vermeer maken schilderijen die honderden jaren later nog steeds beroemd zijn. Wetenschappers zoals Christiaan Huygens ontdekken nieuwe dingen over de sterrenhemel. En steden zoals Amsterdam bouwen prachtige grachten die er nu nog liggen."

Slang gleed langs een kraam waar een schilder net een klein tafereel schilderde van het drukke kadeleven. "Die mensen dragen rare kleren," giechelde hij.

"Grote kragen en hoge hoeden," lachte Kermit 1. "Dat is de mode van toen."


Hoofdstuk 7 — Napoleon en een Nieuw Koninkrijk (1795 – 1815)

Weer een lichtflits, en ineens stonden ze tussen soldaten in blauwe uniformen die door een dorpsstraat marcheerden.

"Wie zijn dat?" vroeg Kermit 2, een beetje zenuwachtig.

"Franse soldaten," zei Kermit 1. "Aan het einde van de jaren 1700 valt Frankrijk de Republiek binnen. Even later wordt het land zelfs even bestuurd door de broer van de Franse keizer Napoleon Bonaparte."

"Napoleon? Die ken ik!" riep Vliegkikker.

"Napoleon wordt uiteindelijk verslagen," ging Kermit 1 verder, "en daarna krijgt Nederland voor het eerst een koning: Willem de Eerste. Dat is het begin van het Koninkrijk der Nederlanden zoals we het nu kennen — met een koning of koningin als staatshoofd."

Girafje tuurde naar de vlag die aan een gebouw hing. "Is dat onze vlag?"

"Bijna," zei Kermit 1. "De rood-wit-blauwe vlag bestaat al langer, sinds de Tachtigjarige Oorlog, maar wordt in deze tijd steeds meer hét symbool van het hele koninkrijk."


Hoofdstuk 8 — Stoom, Fabrieken en Spoorwegen (1830 – 1900)

De kaart trilde en bracht hen deze keer naar een groot gebouw vol lawaai. Overal draaiden ijzeren machines, en er hing een dikke, zwarte rook in de lucht.

"Wat een herrie!" riep Kermit 2, terwijl hij zijn oren dichthield.

"Welkom bij een van de eerste fabrieken van Nederland," zei Kermit 1. "Dit is de industriële revolutie. Overal in Europa beginnen mensen machines te bouwen die door stoom worden aangedreven, in plaats van door mensenhanden, paarden of windmolens."

Ze zagen arbeiders die grote spinmachines bedienden, waar draad en stof uit kwam rollen, veel sneller dan met de hand ooit zou kunnen.

"Nederland is eigenlijk best laat met deze verandering," legde Kermit 1 uit. "In Engeland begint de industriële revolutie al rond 1780, maar hier duurt het tot na 1830 voordat het echt op gang komt. Veel mensen in Nederland verdienen namelijk nog goed geld met handel en scheepvaart, dus is er minder haast om fabrieken te bouwen."

Girafje tuurde met haar lange nek over de fabriekshal. "Waarom veranderde het dan toch?"

"Een belangrijke reden is steenkool," zei Kermit 1. "In het zuiden van het land, bij Limburg, wordt steenkool uit de grond gehaald. Die kolen zijn nodig om de stoommachines te laten draaien. Ook worden er kanalen gegraven, zoals het Noordzeekanaal en het Nieuwe Waterweg, zodat grote schepen makkelijker bij Amsterdam en Rotterdam kunnen komen."

De kaart flitste even verder, en ineens stonden ze naast een spoorlijn waar een stoomtrein voorbijraasde, met een lange sliert rook achter zich aan.

"En dit?" vroeg Vliegkikker, die meevloog met de trein.

"De eerste spoorlijn van Nederland," zei Kermit 1, "rijdt vanaf 1839 tussen Amsterdam en Haarlem. Al snel worden er overal in het land nieuwe spoorlijnen aangelegd. Steden die vroeger dagen reizen van elkaar vandaan lagen, zijn nu in een paar uur te bereiken."

"En de mensen?" vroeg Slang. "Wat gebeurt er met hen?"

Kermit 1 werd wat ernstiger. "Veel boeren en ambachtslieden gaan in de fabrieken werken. Het werk is vaak zwaar en de dagen zijn lang, ook voor kinderen. Pas later, tegen het einde van de negentiende eeuw, komen er wetten die kinderarbeid verbieden en het werk veiliger maken. Steden zoals Rotterdam, Twente en Tilburg groeien enorm door al die nieuwe fabrieken, vooral in de textielindustrie."

"Net zoals Rotterdam nu een van de grootste havens ter wereld is," zei Girafje.

"Precies," knikte Kermit 1. "De basis daarvoor wordt in deze tijd gelegd — met stoommachines, spoorwegen, en fabrieken die het land voorgoed veranderen."


Hoofdstuk 9 — De Oorlog en de Bevrijding (1940 – 1945)

De volgende lichtflits voelde anders — zwaarder, spannender. Ze kwamen terecht in een straat met kapotte ramen en mensen die haastig liepen, alsof ze bang waren.

"Het is hier niet fijn," fluisterde Slang, die zich extra klein maakte.

"Nee," zei Kermit 1, ineens heel zacht. "Dit is de Tweede Wereldoorlog. In mei 1940 valt Duitsland Nederland binnen. Vijf jaar lang is het land bezet. Het is een van de moeilijkste periodes uit de hele geschiedenis."

Ze zagen mensen die stiekem briefjes doorgaven, en anderen die 's nachts door achterdeuren verdwenen.

"Wat doen die mensen?" vroeg Girafje voorzichtig.

"Sommigen verzetten zich tegen de bezetters, ook al is dat heel gevaarlijk," zei Kermit 1. "Anderen verstoppen mensen die gezocht worden, zoals Joodse gezinnen, om hen te beschermen. Heel veel mensen tonen ontzettend veel moed in deze zware tijd. Maar er gebeuren ook verschrikkelijke dingen — veel mensen worden weggevoerd en komen nooit meer terug."

Vliegkikker, die normaal altijd vrolijk was, bleef stil zitten op een muurtje.

"Aan het einde van de oorlog is er ook nog een heel strenge winter, de Hongerwinter, waarin veel mensen bijna niets te eten hebben," zei Kermit 1. "Maar in mei 1945 wordt Nederland eindelijk bevrijd, onder andere door Canadese, Britse en Amerikaanse soldaten. Er breekt een groot feest uit door het hele land."

"Gelukkig maar," zuchtte Kermit 2 opgelucht.

"Het is belangrijk dat we dit nooit vergeten," zei Girafje zacht, "juist omdat het zo moeilijk was."

De kaart gloeide, alsof ze even stil wilde staan bij dit moment, voordat ze verder trilde.


Hoofdstuk 10 — Wederopbouw en een Modern Land (1945 – nu)

Het volgende moment stonden ze midden in een drukke stad vol auto's, fietsen en hoge gebouwen.

"Dit lijkt meer op nu!" riep Vliegkikker, blij dat de spanning van daarnet voorbij was.

"Na de oorlog werkt heel Nederland hard om het land weer op te bouwen," legde Kermit 1 uit. "Er komen nieuwe huizen, fabrieken en wegen. Het land wordt steeds welvarender. Er wordt zelfs een enorme dijk aangelegd, de Afsluitdijk, en later, na een verschrikkelijke overstroming in 1953, bouwt men de Deltawerken — een van de grootste waterbouwkundige projecten ter wereld, om Nederland voor altijd te beschermen tegen het water."

"En vliegtuigen?" vroeg Vliegkikker meteen, met glinsterende ogen.

"Ja hoor," lachte Kermit 1. "Schiphol groeit uit tot een van de drukste vliegvelden van Europa. En Nederland wordt lid van internationale samenwerkingen, zoals de Europese Unie, samen met andere landen."

Girafje keek om zich heen naar de mensen van allerlei achtergronden die door de straten liepen. "Het land is nu heel anders dan bij de hunebedden."

"Dat klopt," zei Kermit 1. "Nederland is nu een klein maar modern land, bekend om zijn water, zijn fietsen, zijn kunst, en zijn handelsgeest — een geest die al begon bij die eerste schepen in de Gouden Eeuw."


Hoofdstuk 11 — Terug naar de Kerktoren

Ineens voelden ze de grond onder hun voeten weer trillen. Het licht van de tijdkaart trok hen mee, sneller en sneller, terug door alle eeuwen die ze net hadden gezien — de vliegtuigen, de oorlog, de koningen, de schepen, de kastelen, de Romeinen, tot ze terug waren bij het moerassige begin, en toen — floep — stonden ze weer gewoon in de kerktoren van Mariahout, met de kaart stil en rustig voor hen, alsof er niets gebeurd was.

"Wat een reis," zuchtte Kermit 2, en ging op de grond zitten.

"We hebben duizenden jaren gezien," zei Girafje. "Van hunebedden tot vliegtuigen."

"En we wonen nu, hier in Mariahout," zei Kermit 1, "op een klein stukje van een land dat al die tijd heeft meegemaakt. Elke kerktoren, elke dijk, elke oude steen heeft een verhaal."

Vliegkikker vloog naar het raam en keek naar buiten, naar de vertrouwde straten van Mariahout. "Denken jullie dat er nog meer kaarten zijn? Van andere landen, misschien?"

Slang gleed grinnikend om de kaart heen. "Peru, bijvoorbeeld?"

Kermit 1 glimlachte. "Wie weet, Wachters. Wie weet."

En met dat, sloten ze het boek, en gingen naar huis — vijf vrienden die zojuist de hele geschiedenis van hun land hadden gezien.

Einde


Wil je dat de Wachters van Mariahout nog een tijdreis maken — misschien naar de geschiedenis van Peru, of naar de geschiedenis van vliegtuigen? Zeg het maar! -e

✳ Einde ✳